Buitenlands beleid & Defensie

vrijdag 16 december 2011
 - 

Vlaamse Missie naar Libië

Vlaams minister-president Kris Peeters leidt van zaterdag 17 tot en met maandag 19 december 2011 een missie naar Libië. De belangrijkste boodschap die minister-president Peeters brengt is dat Vlaanderen zich ten volle bewust is van de grote uitdagingen die zich stellen in het land en dat Vlaanderen bijstand wil verlenen bij de wederopbouw. Hij zal er eerste contacten leggen met het nieuwe bewind om te peilen naar de belangrijkste behoeften bij de wederopbouw, en de steun van Vlaanderen aan te bieden. Hij neemt dan ook 16 topmensen van Vlaamse bedrijven mee.

Zaterdag 17 december reist minister-president Kris Peeters naar Tripoli, waar hij een 3-daags afsprakenprogramma zal afwerken. Hij zal een aantal belangrijke ministers en ‘decision makers’ van het nieuwe bewind voor het eerst ontmoeten, en (diplomatieke) relaties aanknopen. De belangrijkste boodschap die minister-president Peeters brengt is dat Vlaanderen zich ten volle bewust is van de grote uitdagingen die zich stellen in het land en dat Vlaanderen bijstand wil verlenen bij de wederopbouw. Minister-president Peeters zal eveneens peilen naar de specifieke behoeften van de nieuwe machthebbers op dat vlak. Vlaanderen beschikt op een aantal terreinen en in een aantal economische sectoren (infrastructuur, energie, havens, luchtvaart, telecom, voeding, gezondheidszorg, etc.) alvast over zeer specifieke knowhow, die bij de wederopbouw van Libië heel nuttig kan zijn.

De 16 meereizende Vlaamse bedrijven zijn actief in sectoren die voor de toekomstige ontwikkeling van Libië van kapitaal belang kunnen zijn. Voor de ingrijpende omwentelingen van 2011 evolueerde de export van Vlaanderen naar Libië continu positief sinds 2007. De uitvoer steeg van €107,4 in 2007 naar € 158 miljoen in 2010, met een overschot van maar liefst € 114 miljoen op de handelsbalans in 2010 (158 miljoen uitvoer tegenover € 43,7 miljoen invoer). Vlaanderen blonk toen vooral uit in de uitvoer van minerale producten (25%), machines en elektrisch materieel (25%), chemie en farma (13%), voeding en dranken (9%). Tijdens de 8 maanden durende burgeroorlog, van februari t.e.m. september 2011, stagneerde de handel met Libië quasi compleet. Voor bedrijven die reeds zaken doen in Libië, is het na 8 maanden burgeroorlog broodnodig om de draad weer op te pikken.

Op het programma van deze zending van Vlaams minister-president Peeters in Tripoli en Misurata (grote havenstad) staan onder meer volgende belangrijke afspraken:
- B2B contacten voor Vlaamse en Libische bedrijven
- contacten met de Libische Kamer van Koophandel
- praktijkgetuigenissen van reeds aanwezige Vlaamse bedrijven
- politieke werkvergaderingen van minister-president Peeters met Libische ministers: o.a. de premier en vicepremier, minister van Buitenlandse Aangelegenheden, minister van Industrie, minister van Economie, minister van Transport & Communicatie en de minister van Gezondheid.

“Ik wil met deze zending naar Libië Vlaamse bedrijven met onmiddellijke zakelijke opportuniteiten aan de juiste contacten helpen. Dit is voornamelijk het geval bij het lenigen van de ergste noden, meewerken aan de wederopbouw van het land en het terug op gang trekken van de economie”, aldus Vlaams minister-president Peeters.

Overzicht participatie van Belgische Defensie in ‘Operation Unified Protector’

Belgische Defensie nam op drie manieren deel in Libië:

1. Evacuatie van vluchtelingen en toeristen die naar Tunesië waren gevlucht

- In coordinatie met UNHCR (VN Vluchtelingenagentschap)
- Gebeurde in het kader van B-Fast Operatie
- Airbus A330 van de Belgische Luchtmacht
- Vanaf 7 maart: evacuatie van 2500 personen

 

2. NATO Operation Unified Protector (als 1 van de eerste 10 landen aanwezig)

- 6 Air Force F-16 fighter jets

- Ingezet vanaf de Griekse basis ‘Araxos Air Base’
o Bescherming burgerbevolking
o Verkenningsvluchten om no-flyzone te vestigen en versterken
o Uitvoeren van missies om aanvallen op de burgerbevolking te voorkomen
o Totaal aantal opdrachten F16: 626 (waarvan 216 ‘s nachts)
o Totaal aantal vluchturen F16: 2573

- Gestart op 21 maart
- Einde op 31 oktober 2011 (volledige duur van het conflict en de NAVO operatie)

 

3. NATO Operation Unified Command (als 1 van de eerste 10 landen aanwezig)

- Mijnenjager zeemacht om embargo’s tegen Libië te helpen controleren

- BNS M-923 Narcis: gestart op 23 maart

o Begin: boot patrouilleerde in verschillende zones internationaal water
o Later: wanneer NAVO-vloot operaties startte: mijnenjager-acties om de havens van Misrata, Tripoli, Al Khums en Sirte open en bruikbaar te houden voor herbevoorradingen en evacuaties

- Belangrijkste ontmijningsrol: haven van Misrata vrij houden van mijnen

o Vloot gebruikte op afstand bediende robots om zoekopdrachten uit te voeren over grote zones 
o Meer gespecialiseerde robots om verdachte mijnen of obstakels te onderzoeken
o Wanneer robots geen optie waren: gespecialiseerde ‘Navy Clearance Drivers’.

- Wanneer de haven van Misrata uitgeklaard was:

o Werd haven Misrata een veilige evacuatieroute voor vluchtelingen en gewonden
o Herbevoorrading en humanitaire hulp kon aan land worden gebracht
o BNS M923 Narcis werd afgelost door BNS M-921 Lobelia, die de missie voortzette tot 31 oktober 2011 (einde van de operaties)
o Totaal aantal dagen aan effectieve ‘mine hunting’: 25 voor beide schepen
o Totaal aantal ‘hailings’ (bv. controle vaartuigen): 213 voor beide schepen